Bronvermelding: https://jeweka.nl/category/theorie-en-werkboeken Module 3, Deel 1, Hoofdstuk 7, Paragraaf 7.7, Blz 192-194

Parallelschakeling van Weerstanden wordt gebruikt om de stroom in een schema op te splitsen vanaf een spanningsbron. Je kan dan een kleinere stroom ergens naar toe sturen. De vervangingsweerstand wordt wel anders berekend als je het vergelijkt met een serieschakeling. Hieronder wordt uitgelegd hoe zo schakeling eruit ziet en hoe je de stromen en de vervangingsweerstand kan berekenen!

Toepassingen

  • Vermogensbeperking: Door de stroom te verdelen over componenten worden de individuele componenten minder thermisch belast.
  • Ontwikkelen van een componentwaarde: Door weerstanden of condensatoren handig te combineren kunnen waardes samengesteld worden die niet in de handel beschikbaar zijn.
  • Meting: Door een (juist geijkte) hoogohmige voltmeter parallel te schakelen met een lage weerstand kan een spanning worden gemeten.
  • Voeding: Omdat de spanning over alle componenten of deelschakelingen bij parallelschakeling (idealiter) gelijk is, is het het gemakkelijkst om apparaten parallel geschakeld te voeden.
  • Logische poorten: Door twee of meer schakelaars parallel te schakelen, kan een OR-poort worden gemaakt, d.w.z. een apparaat is ingeschakeld als één of meer schakelaars zijn ingeschakeld.

Parallelschakeling van Weerstanden

Als in een netwerk weerstanden naast elkaar zijn geschakeld, spreken we van een parallelschakeling. Zie afbeelding 7.26. Bij een parallelschakeling valt direct op dat alle weerstanden met de voedingsspanning zijn verbonden.

Conclusie

Bij een parallelschakeling is de spanning over elke weerstand hetzelfde.

Parallelschakeling van weerstanden

Elke aftakking is een knooppunt, zodat we daar de 1ste wet van Kirchoff kunnen toepassen. In afbeelding 7.26 geldt: Itotaal = I1 + I 2,3 I2,3 = I2+I3

Als we deze twee vergelijkingen samenvoegen, dan vinden we:
It = I1 + I2 + I3. Met: It = Totaalstroom en I1,2,3, zijn de deelstromen.

In een parallelschakeling is de totale stroom gelijk aan de som van de deelstromen.

De stromen I1, I2 en I3 zijn de deelstromen. Deze kunnen we met de wet van Ohm Berekenen(LINK).

Voor de totale stroom geldt dan It= U/Rv.

Rv is de vervangingsweerstand van de schakeling. Dat houdt in dat als we alle deelweerstanden vervangen door één weerstand Rv, de totale stroom gelijk blijft. Voor It = I1+I2+I3 kunnen we ook schrijven:

U/Rv = U/R1 + U/R2 + U/R3. Als we alle termen door U delen, verandert de formule in:

1/Rv = 1/R1 + 1/R2 + 1/R3
Met: Rv als vervangingsweerstand en R1,2,3 als deelweerstanden.

Bronvermelding: https://jeweka.nl/category/theorie-en-werkboeken Module 3, Deel 1, Hoofdstuk 7, Paragraaf 7.7, Blz 192-194

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.