Bronvermelding: https://jeweka.nl/category/theorie-en-werkboekenModule 4, Hoofdstuk 13, Paragraaf 13.2.2 Blz 404-408

EMC (Electro Magnetic Compatability), betekent dat apparaten goed met elkaar kunnen functioneren terwijl ze in dezelfde omgeving zijn geplaatst. Maar hoe kan dit zo en welke praktijkvoorbeelden kan ik vinden? Vindt dat uit in onderstan artikel!

Electro Magnetic Compatability (EMC)

Wanneer apparaten of instrumenten in dezelfde omgeving zijn geplaatst en daarbij zonder problemen kunnen functioneren, wordt dit Electro Magnetic Compatability (EMC) genoemd. Apparatuur die elkaar beïnvloedt en storingen veroorzaakt is niet-EMC compatibel. Voor elektronische apparatuur in de lucht vaart bestaan er normen voor elektromagnetische comptabiliteit. Hierbij zijn de apparaten immuun voor een storing tot een niveau van 10 V/m. Dit niveau zal optreden in een cirkel met een straal van enkele kilometers rondom de zender.

Wist je dat…

voor apparatuur van kritische systemen een strengere EMC-norm geldt? Hierbij geldt een toelaatbaar niveau van ongeveer 1 V/m.

Definitie: EMC is het vermogen van systemen om met een afgesproken veiligheidsmarge in hun elektromagnetisch milieu bevredigend te kunnen functioneren zonder daarbij zelf ontoelaatbare storingen te veroorzaken in dat milieu.

Als apparaten invloed op elkaar uitoefenen kan zowel de zender als de ontvanger EMC- incompatibel zijn. Zo kan de ont vanger overgevoelig zijn voor EM-storingen terwijl de zender te veel storing veroorzaakt. Het niveau waarop apparaten of instrumenten EM-velden mogen uitstralen is lager dan het niveau waarin ze tegen deze velden bestand moeten zijn. De al gemene EMC-richtlijnen stellen dat apparaten zo geconstrueerd moeten zijn, dat:

  • het opwekken van elektromagnetische storingen tot een zodanig niveau be-/ perkt moet worden, dat andere apparatuur op normale wijze kan blijven functioneren. Dit wordt ook wel het ‘emissie-aspect’ genoemd.
  • de gevoeligheid voor elektromagnetische storingen bij apparatuur zodanig moet worden beperkt, dat deze apparatuur op normale wijze kan blijven functioneren. Dit wordt ook wel het ‘immuniteitsaspect’ genoemd.
Afgeschermde Bekabeling om EMC te zijn

In afbeelding 13.10 zijn de grenzen aangegeven die zenders en ontvangers aan emissie mogen uitzenden bij bepaalde frequenties, zonder dat ze elkaar beïnvloeden.

Afbeelding 13.10

Andere van belang zijnde begrippen zijn:

  • EMI = ElektroMagnetische Interferentie = het aantasten van het bevredigend functioneren van een systeem als gevolg van een EM-verstoring;
  • EME = ElektroMagnetische Emissie (van storingen);
  • EMS Elektromagnetische Susceptibiliteit (gevoeligheid voor storingen);
  • RFI = Radio Frequency Interference (speciaal geval van EMI);
  • Inter system EMI/EMC = EMI/EMC tussen systemen onderling;
  • Intra system EMI/EMC = EMI/EMC binnen het systeem (self-interference/self compatibility) = een op zichzelf al dan niet bevredigend functionerend systeem.

Gewenste en Ongewenste Emissies en Koppelwegen

Praktijkvoorbeeld 1 EMC:

  • Ongewenste uitstraling van een harmonische van de klokfrequentie door EFIS (voldoet aan DO-160B, sectie 21, cat Z);
  • Onbedoelde koppelweg: via cockpitramen naar buiten;
  • Deze straling komt in de bedoelde koppelweg voor VHF-radiogolven naar alle VHF COM-antennes;
  • De EFIS-storingen zijn smalbandig en worden door de zeer gevoelige antenne-ingang van de VHF-set gedetecteerd en veroorzaken een fluittoon afhankelijk van het aantal ingeschakelde EFIS-buizen.
EMC Tabel

Praktijkvoorbeeld 2: Neusradome EMC

Kwesties hierbij zijn:

  • Radome-ontwerp. De radome moet transparant zijn voor weerradar, glideslope en localizer-antennes. Dit is vooral voor weerradarfrequentie (9,345 GHz) moeilijk voor alle standen van het weerradar.
  • Bescherming directe effecten van bliksem op de neusradome door middel van gesegmenteerde bliksemafleiders. De positie van de strips en bonding met de structure is hierbij erg belangrijk.
  • Toepassing van een geleidende coating voor de afvoer van statische lading. Voor radomes wordt hoogohmige verf toegepast in verband met de achterliggende antennes.

Praktijkvoorbeeld 3: equipment in radiorek EMC

EMC-kwesties zijn:

  • Emissie- en immuniteitseisen van units.
  • Plaatsing van de units en de kabel lay-out en routing in het radiorek (flight critical systems).
  • Behandeling van plankdelingen.
  • In de toekomst dient rekening gehouden te worden met nieuwe ontwikkelingen zoals modular avionics en smart sensors.

Praktijkvoorbeeld 4: kabels en connectors EMC

EMC-kwesties hierbij zijn:

  • routing/separatie van kabelbundels. Let op het verschil tussen systeem separaties en EMI-separaties;
  • kabelkeuze: enkeldraad, getwiste draad of afscherming
  • connectorkeuze: bonding van connectors met de structure;
  • afwerking van connectors, afschermingen en pigtails;
  • aarding van afschermingen;
  • behandeling van verschillende grounds (signal, case, shield).

Bronvermelding: https://jeweka.nl/category/theorie-en-werkboekenModule 4, Hoofdstuk 13, Paragraaf 13.2.2 Blz 404-408

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.